← Lichtkennis

Wat betekent L80B10 bij LED-verlichting?

· 31-10-2026· 5 min leestijd
Groot magazijn met LED high-bay verlichting en goederen in stellingen

Wat de code zegt over lichtbehoud en uitval, hoe je haar leest en waar je op let bij het vergelijken van armaturen.

L80 en B10: twee waarden, twee vragen

De code bestaat uit twee delen die elk een andere vraag beantwoorden. L gaat over wat één armatuur doet, B over de spreiding binnen een partij.

  • L80: de lichtstroom is gedaald tot 80% van de beginwaarde. De daling verloopt geleidelijk; L80 is het afgesproken referentiepunt waarop je de levensduur afleest.
  • B10: 10% van de armaturen in de geteste populatie zit op dat moment al onder die 80%. Dat is de uitvalfractie.

Een rekenvoorbeeld om de leesvolgorde te oefenen: bij L80B10 van 50.000 uur houdt na 50.000 branduren 90% van de armaturen nog minstens 80% van de lichtstroom over. Het getal is hier puur illustratief.

De B-waarde maakt het verschil tussen een gemiddelde en een uitspraak over de hele partij. Een fabrikant die alleen L80 noemt, zegt iets over het gemiddelde armatuur. Een projectinkoper met honderden armaturen in één hal wil juist weten hoeveel er eerder terugvallen.

CodeLichtbehoudUitval in populatieLeesvoorbeeld
L80B1080% van beginwaardemaximaal 10%90% van de armaturen houdt minstens 80% over
L80B5080% van beginwaardemaximaal 50%de helft houdt minstens 80% over
L70B5070% van beginwaardemaximaal 50%de helft houdt minstens 70% over

Hoe de combinatie van L- en B-waarde de lezing van een levensduurcode verandert.

Waarom de code zonder uren niets zegt

Een L80B10-aanduiding zonder aantal branduren is niet te vergelijken. L80B10 bij 30.000 uur is een zwakkere belofte dan L80B10 bij 60.000 uur, terwijl op de datasheet beide dezelfde code dragen. Vergelijk dus altijd het volledige drietal: lichtbehoud, uitvalfractie en uren.

Kijk daarnaast naar de temperatuur waarbij de waarde geldt, meestal aangeduid als Ta of Tq. Lichtbehoud hangt sterk af van de junctietemperatuur van de LED. Een armatuur dat in een koele laadruimte aan de opgegeven waarde voldoet, haalt die in een warme productiehal onder het dak niet vanzelfsprekend. Voor high bays is dat extra relevant, omdat ze hoog hangen waar de warmste lucht staat.

Controleer drie punten op de datasheet:

  • staat de levensduur als L en B samen, of alleen als L?
  • bij welke omgevingstemperatuur is de waarde bepaald?
  • is de waarde gemeten of afgeleid uit een kortere meetreeks?

Hoe de waarde tot stand komt

Fabrikanten bepalen lichtbehoud doorgaans met IES LM-80 voor de meting aan de LED zelf en TM-21 voor de extrapolatie naar langere tijd. LM-80 levert meetdata over een beperkte periode, TM-21 projecteert daaruit de verwachte daling. Die extrapolatie is begrensd: er mag niet onbeperkt ver voorbij de meetduur gerekend worden.

Een opvallend hoog aantal uren roept dus altijd de vraag op hoe lang er werkelijk gemeten is en welke rekenfactor is toegepast. Vraag bij projecten het meetrapport van de leverancier op in plaats van alleen de brochurewaarde.

De LED-chip is bovendien niet de enige factor. Driver, koeling en afdichting bepalen of het armatuur als geheel de belofte haalt. Een LED met goede L80B10-data in een slecht gekoeld armatuur levert minder dan de chipdata suggereert, en de driver valt in de praktijk vaak eerder uit dan de LED.

Wat de code betekent voor projectrisico en onderhoud

Voor een installateur of technisch inkoper vertaalt L80B10 zich naar twee praktische zaken: het onderhoud en de dimensionering van het lichtplan.

Lichtplannen rekenen met een onderhoudsfactor. Loopt de lichtstroom terug, dan moet het ontwerp aan het einde van de periode nog voldoen aan de eisen voor werkplekverlichting uit NEN-EN 12464-1. Een armatuur met een lagere L-waarde vraagt dan een hogere beginwaarde of eerdere vervanging. Een toelichting op de norm vind je bij de NSVV.

De B-waarde raakt het projectrisico direct. Bij een kleine B vallen minder armaturen voortijdig terug, wat de kans op verspreide vervangingen en storingsmeldingen verkleint. In hoge hallen is elke vervanging duurder door hoogwerker en stilstand, dus weegt uitval daar zwaarder dan in een kantoor met systeemplafond.

Lees de garantievoorwaarden altijd naast de levensduurcode: een lange opgegeven levensduur zonder passende garantie dekt het risico niet af.

Zo gebruik je de code bij het vergelijken van offertes

Een eenvoudige werkwijze bij het naast elkaar leggen van twee armaturen:

  1. Breng beide levensduurcodes terug naar dezelfde vorm: L-waarde, B-waarde en uren.
  2. Controleer of de omgevingstemperatuur overeenkomt met de plek waar het armatuur komt te hangen.
  3. Vraag het meetrapport op als het aantal uren opvallend hoog is.
  4. Leg de garantietermijn naast de opgegeven levensduur.
  5. Reken door wat vervanging op hoogte kost binnen een onderhoudscyclus.

Een L80B10-armatuur en een L70B50-armatuur zijn twee verschillende belofteniveaus, ook bij gelijk aantal uren. De eerste is strenger op zowel lichtbehoud als uitval. Een hogere aanschafprijs voor de strengere code is dan niet vanzelf een meerprijs: kijk naar de total cost of ownership over de gebruiksduur.

Wie een specifieke uitvoering zoekt, vindt die in onze collectie LED high bays. Het volledige aanbod staat op de pagina alle producten.

Veelgestelde vragen

Voor de uitvalkant wel. Bij B10 mag hooguit 10% van de armaturen onder de 80% zijn gedaald, bij B50 is dat de helft. Bij gelijke uren is L80B10 dus een strengere belofte. Het zegt niets over de beginlichtstroom of de efficiëntie.

L70 betekent dat de lichtstroom is gedaald tot 70% van de beginwaarde, L80 tot 80%. L80 bereikt dat referentiepunt bij dezelfde LED eerder, maar garandeert op dat moment een hoger lichtniveau. Vergelijk alleen codes met dezelfde L-waarde, of reken ze om aan de hand van het meetrapport.

Dat verschilt per fabrikant en moet uit de datasheet blijken. LM-80-data gaat over de LED zelf. Of de waarde ook het complete armatuur omvat, met driver en koeling, is een aparte vraag. Vraag dit na voordat je op de code vertrouwt voor een project.

De waarde geldt voor de temperatuur waarbij ze gemeten is. In een warmere omgeving loopt de lichtstroom sneller terug en kan de uitvalfractie toenemen. Controleer daarom de opgegeven Ta of Tq, zeker voor armaturen die hoog in warme hallen hangen.

Het Arbobesluit (artikel 6.3) eist dat werkplekken voldoende en passend verlicht zijn. Een overzicht staat op het Arboportaal. Voor de uitwerking naar verlichtingssterkte wordt in de praktijk NEN-EN 12464-1 gebruikt.