← Lichtkennis

Wat is het verschil tussen een high bay en een low bay?

· 28-10-2026· 5 min leestijd
Groot magazijn met LED high-bay verlichting en goederen in stellingen

Verderop vind je een keuzetabel per montagehoogte, uitleg over bundelhoek en UGR, en wanneer een alternatief armatuur beter past.

Wat bepaalt de grens tussen high bay en low bay?

De termen high bay en low bay beschrijven een functionele categorie, geen gestandaardiseerde norm. In de praktijk hanteert de markt een grens van circa 6 meter vrije montagehoogte. Armaturen die boven die hoogte correct presteren heten high bay; armaturen voor 3 tot 6 meter worden als low bay aangeduid.

De reden is lichtfysisch: verlichtingssterkte (lux) neemt af met het kwadraat van de afstand (twee keer zo hoog geeft ongeveer een kwart van de lux). Een high bay compenseert dat met een hogere lichtstroom en een smallere bundelhoek, zodat het licht geconcentreerder op de taakzone terechtkomt. Bij een low bay-toepassing is juist een bredere bundel wenselijk voor gelijkmatige horizontale verdeling zonder donkere zones.

De keuze staat los van de naam van het gebouw. Een fabriekshal met een lage tussenverdieping vraagt om low bay armaturen; een magazijn met een nok van 10 meter vraagt om high bay. Meet eerst de vrije ophanghoogte, dan kies je het armatuurtype.

Keuzetabel: montagehoogte, armatuurtype en reden

De tabel hieronder geeft richtwaarden per situatie. De exacte bundelhoek en het vereiste lux-niveau op taakvloer bepalen uiteindelijk de definitieve keuze. Raadpleeg voor minimale verlichtingssterkte per werkplek de NEN-EN 12464-1:2021, de norm voor werkplekverlichting binnen.

MontagehoogteAanbevolen typeReden
3 – 6 mLow bayBrede bundel, gelijkmatige verdeling op korte afstand
6 – 10 mHigh baySmalle tot middenbrede bundel, compenseert hoogteverlies
10 m en hogerHigh bay (hoge intensiteit)Kleine bundelhoek vereist voor voldoende lux op vloerniveau
Wisselende hoogte per zoneHigh bay + low bay per zoneAfzonderlijk ontwerp per deelruimte noodzakelijk

Richtwaarden voor armatuurkeuze op basis van vrije montagehoogte; definitief ontwerp vraagt een lichtberekening per project.

Bundelhoek, UGR en wanneer past een alternatief armatuur beter?

Twee technische parameters bepalen of een high bay of low bay geschikt is: de bundelhoek en de UGR-waarde (Unified Glare Rating). Hoe smaller de bundel, hoe groter de lichtintensiteit op één punt. Nuttig bij grote hoogte, maar ongunstig voor gelijkmatige vloerverlichting bij lagere montage.

NEN-EN 12464-1:2021 stelt per taaktype een maximale UGR-waarde. Een high bay met een smalle bundel die te laag wordt gemonteerd kan een te hoge UGR opleveren voor medewerkers die het armatuur in hun gezichtsveld hebben.

Er zijn situaties waarbij een ander armatuurtype beter past. In ruimten met langgerekte werkplekken of stellingrijen geeft een LED lichtlijn armatuur een hoge uniformiteitswaarde met minder armatuurpunten. Bij verlaagde plafonds in kantooromgevingen is een high bay overgedimensioneerd; daar past een paneelarmatuur beter. Meer over die keuze staat op de pagina kantoor LED armaturen en panelen.

In ruimten met vochtigheid, stof of spuitwater weegt het IP-niveau zwaarder dan de high bay/low bay indeling. Een waterdicht armatuur met passende IP-klasse kan dan ook op grotere hoogte hangen, mits de bundelhoek de vereiste lux haalt. Het Arboportaal van het Ministerie van SZW geeft aanvullende richtlijnen over verlichtingseisen op de arbeidsplaats.

Nuvia Light levert LED high bay armaturen voor magazijn en bedrijfshal; voor projecten is een gratis lichtplan op aanvraag beschikbaar.

Veelgestelde vragen

NEN-EN 12464-1:2021 geeft per ruimte en taak een gemiddelde verlichtingssterkte en gelijkmatigheid: voor inpak- en verzendzones ligt die rond 300 lux, voor opslagruimten lager. De norm is geen wet, maar wel de gangbare invulling van de eis uit het Arbobesluit dat een werkplek voldoende verlicht is. Voor werkplekken met hogere visuele eisen, zoals assemblage of kwaliteitscontrole, loopt de eis op tot 500 lux of meer. De norm geldt voor de taakvlakken, niet uitsluitend voor de gangpaden. Zie de volledige tabellen via NEN-EN 12464-1:2021 op nen.nl.

Technisch gezien wel, maar het is zelden de juiste keuze. Een high bay heeft een hoge lichtintensiteit per armatuurpunt; op 5 meter resulteert dat snel in een te hoge UGR-waarde voor medewerkers die het armatuur in hun gezichtsveld hebben. Een low bay armatuur of een LED lichtlijn geeft op die hoogte een uniformer en visueel comfortabeler resultaat.

Levensduur is geen eigenschap van het categorietype maar van de specifieke LED-driver en de thermische constructie van het armatuur. De levensduur wordt uitgedrukt in L-waarden (lichtdepreciatie) en B-waarden (het aandeel armaturen dat onder die L-waarde zakt). L80B10 betekent dat na de opgegeven uren hooguit 10% van de armaturen minder dan 80% van de initiële lichtstroom levert. Die waarden staan op het technisch datablad van het betreffende armatuur, onafhankelijk van de high bay of low bay aanduiding.

Het aansluitprincipe verschilt niet fundamenteel: beide typen worden doorgaans op 230V AC aangesloten, via een vaste aansluiting of een Wieland GST18-connector. High bays in grote hallen worden regelmatig via een draagrailsysteem of doorvoerbekabeling aangesloten om montagetijd te beperken. DALI-dimming bestaat voor beide typen; of een armatuur een DALI-uitvoering heeft, staat in het datablad.

In zones met explosiegevaarlijke atmosferen (ATEX-zones 0, 1 en 2 voor gas, 20, 21 en 22 voor stof) is een armatuur verplicht dat volgens de ATEX-richtlijn 2014/34/EU geschikt is voor die zone; een standaard high bay is daar niet toegestaan, ongeacht de montagehoogte. De zone-indeling stelt de werkgever vast in het explosieveiligheidsdocument; de installateur kiest op basis daarvan het armatuur. Meer over die armatuurcategorie staat op de pagina ATEX verlichting en explosieveilige LED armaturen.